ECLI:NL:RBMNE:2022:4171
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterechte schorsing rijbewijs wegens onvoldoende duidelijke aanwijzingen geestelijke aandoening
Eiser, een vrachtwagenchauffeur, werd op 5 oktober 2021 staande gehouden door de politie, waarna het CBR op basis van een politiebericht besloot zijn rijbewijs te schorsen en een medisch onderzoek op te leggen. Het CBR baseerde de schorsing op vermoedens van geestelijke of lichamelijke ongeschiktheid, mede vanwege een incident uit 2018.
De rechtbank oordeelt dat voor schorsing van het rijbewijs duidelijke aanwijzingen vereist zijn, een zwaardere bewijslast dan een vermoeden. Het enkele buitenproportioneel boos gedrag van eiser en het oude incident vormen onvoldoende duidelijke aanwijzingen van een medische aandoening. Bovendien ontbrak een medisch deskundigenoordeel voorafgaand aan de schorsing, waardoor de besluitvorming onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept de schorsing van het rijbewijs. Tevens wordt het CBR veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de schorsing van het rijbewijs wegens onvoldoende duidelijke aanwijzingen voor een geestelijke aandoening.