In deze zaak vordert eiser de verwijdering van een balk die door gedaagde in het water op diens perceel is geplaatst, waardoor de doorgang wordt gestremd. Eiser stelt dat de balk de mogelijkheid belemmert om een volledige ronde om zijn percelen te varen. Gedaagde betwist dit en voert verweer tegen de vordering.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet geschikt is voor kort geding vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij of zijn campinggasten daadwerkelijk worden belemmerd in het gebruik van het water, en alternatieve routes zijn beschikbaar. Daarnaast is niet aannemelijk geworden dat het water openbaar is, hetgeen essentieel is om de balk te kunnen laten verwijderen.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten van gedaagde. De beslissing is gebaseerd op de afweging van belangen, het ontbreken van bewijs voor openbaar gebruik van het water en het ontbreken van spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.