Eisers, vader en zoon, wonen met mevrouw A in een woonwagen op een standplaats die door revitaliseringswerkzaamheden van de gemeente De Ronde Venen zal verdwijnen. De gemeente wil de woonwagens verplaatsen naar een nieuw terrein met zes standplaatsen, maar eisers menen dat er onvoldoende rekening is gehouden met hun behoefte aan extra standplaatsen.
Eisers vorderen in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van 27 oktober 2021 dat de gemeente in staat stelt de woonwagen te verplaatsen, en subsidiar een verbod op ontruiming van hun standplaats. De voorzieningenrechter oordeelt dat eisers geen partij waren bij het eerdere vonnis en daarom geen executiegeschil kunnen starten om schorsing te vragen.
Daarnaast is de verplaatsing van de woonwagen geen onrechtmatig handelen van de gemeente, omdat de hoofdbewoner mevrouw A gehouden is mee te werken aan de verplaatsing. Eisers zijn slechts inwoners en kunnen met haar meeverhuizen. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.