Partijen zijn in 1992 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en hebben in 2005 een finaal verrekenbeding overeengekomen. Sinds 2007 leven zij gescheiden. De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken, het gebruik van de woning aan hem toe te wijzen, partneralimentatie toe te kennen, en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen.
De rechtbank stelt vast dat de echtscheiding kan worden uitgesproken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man krijgt het recht om de woning en inboedel tot zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking te gebruiken, maar moet vanaf dat moment een gebruiksvergoeding van € 2.150,- per maand aan de vrouw betalen. Het verzoek van de man tot partneralimentatie wordt afgewezen omdat hij zijn behoefte onvoldoende heeft onderbouwd en de vrouw betwist dat hij behoeftig is.
Ook het verzoek tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een deugdelijk overzicht van activa en passiva door de man. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf, en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.