ECLI:NL:RBMNE:2022:4300
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging politiegegevens uit 2014 wegens belang bij bewaring
Eiseres heeft bij de korpschef van politie een verzoek ingediend tot vernietiging van politiegegevens die over haar worden verwerkt naar aanleiding van een zaak uit 2014 waarin zij slachtoffer was. Zij baseerde dit verzoek op artikel 28, tweede lid, van de Wet politiegegevens (Wpg), stellende dat de gegevens niet langer noodzakelijk zijn voor de politietaak en haar herstel belemmeren.
Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat de gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de politietaak, mede gezien de ernst van het strafbare feit en opvolgende registraties van feiten waarbij eiseres betrokken is. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het verzoek heeft geweigerd omdat niet is gebleken dat de gegevens onjuist zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt.
De rechtbank benadrukt dat verwijderde gegevens na vijf jaar in een afgeschermd systeem worden bewaard, alleen toegankelijk voor een beperkt aantal functionarissen en niet voor operationele doeleinden worden ingezet. Het belang van de politie bij het bewaren van deze gegevens, onder meer voor het vaststellen van recidive en hulpverlening, weegt zwaarder dan het belang van eiseres bij vernietiging.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek tot vernietiging af. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange op 20 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot vernietiging van politiegegevens wordt ongegrond verklaard.