ECLI:NL:RBMNE:2022:4305
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens onjuiste inzet wrakingsmiddel
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke zaak, waarbij hij stelde dat de rechterlijke macht bevooroordeeld en partijdig zou zijn. Hij baseerde zijn verzoek op waarnemingen tijdens een zitting en informatie uit externe bronnen over vermeende politieke voorkeuren en vriendjespolitiek binnen de rechterlijke macht.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker het wrakingsmiddel niet correct gebruikte, aangezien hij niet concreet stelde dat de rechter zich moest onthouden van verdere betrokkenheid, maar veeleer om heropening van de zaak en schadevergoeding vroeg. Het wrakingsmiddel is echter uitsluitend bedoeld om onpartijdigheid van een individuele rechter aan te vechten.
Daarnaast stelde de wrakingskamer vast dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een individuele rechter en niet tegen de rechterlijke macht als geheel. Gezien het ontbreken van concrete feiten en de onjuiste inzet van het wrakingsmiddel verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk.
De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste inzet en gebrek aan concrete feiten.