Op 19 januari 2020 reed de bestuurder tijdens zijn werk met zijn auto tegen een bewegende toegangspaal van de gemeente in een afgesloten gebied, waarbij zowel de paal als de auto beschadigd raakten. De gemeente stelde de bestuurder aansprakelijk voor de schade aan de paal en vorderde vergoeding van herstel- en administratiekosten, vermeerderd met rente en incassokosten.
De bestuurder voerde verweer en stelde dat hij niet door rood licht was gereden en dat hij door een handhaver was geïnstrueerd door te rijden, waardoor sprake zou zijn van overmacht. Tevens stelde hij een tegenvordering in voor zijn eigen autoschade en gederfde inkomsten.
De rechtbank oordeelde dat uit videobeelden en logbestanden bleek dat de bestuurder door rood licht reed en daardoor de aanrijding veroorzaakte. Het beroep op overmacht faalde omdat de bestuurder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het toegangssysteem of de weginrichting gebrekkig was. De tegenvordering van de bestuurder werd afgewezen. De rechtbank wees de vordering van de gemeente toe, inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten, maar compenseerde de proceskosten in conventie vanwege het late verstrekken van videobewijs. In reconventie werd de bestuurder veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.