ECLI:NL:RBMNE:2022:434
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bekorting loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Eiseres verzocht het UWV om een opgelegde loonsanctie te bekorten, omdat haar werknemer volgens haar niet belastbaar zou zijn en geen benutbare mogelijkheden tot re-integratie zou hebben. Het UWV wees dit verzoek af, waarna eiseres bezwaar en beroep instelde. De rechtbank beoordeelde of in de periode tussen het opleggen van de loonsanctie en het verzoek tot bekorting sprake was van een situatie waarin re-integratie onmogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden had. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had het dossier zorgvuldig onderzocht, inclusief een telefonische hoorzitting, en concludeerde dat de beperkingen van de werknemer al bekend waren en dat er geen verslechtering was die re-integratie onmogelijk maakte. De diagnose die eiseres aanvoerde veranderde niets aan de belastbaarheid.
Omdat eiseres ook niet aannemelijk had gemaakt dat zij alsnog aan haar re-integratieverplichtingen had voldaan, oordeelde de rechtbank dat het UWV het verzoek tot bekorting terecht had afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot bekorting van de loonsanctie wordt afgewezen.