ECLI:NL:RBMNE:2022:4343
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beklag ongegrond tegen inbeslagname Audi Q7 wegens gevaarlijk rijgedrag en verbeurdverklaring
Op 29 april 2022 is een Audi Q7 in beslag genomen in een strafvorderlijk onderzoek tegen de bestuurder wegens het rijden met een snelheid van 194 km/u op een weg met een maximumsnelheid van 80 km/u. De auto is eigendom van een B.V. waarbij de bestuurder indirect bestuurder is. De klager, de B.V., verzocht om teruggave van de auto omdat de waarde en het belang voor de bedrijfsvoering hoog zijn.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar het beklag summier is en zich richt op het belang van de strafvordering. Het openbaar ministerie stelt dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de auto zal verbeurd verklaren vanwege het gevaarlijke rijgedrag en eerdere snelheidsovertredingen met voertuigen van de klager. De aanwezigheid van blauwe flitslichten en een rood verlicht transparant maakt het gebruik extra problematisch.
De rechtbank bevestigt dat het eigendom van de auto bij de B.V. ligt, maar dat de bestuurder en de B.V. als vereenzelvigd kunnen worden gezien, waardoor de uitzondering van artikel 33a lid 2 Sr van toepassing is. Dit betekent dat het eigendom door de B.V. de verbeurdverklaring niet in de weg staat. De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en handhaaft het beslag.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de Audi Q7 wordt ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd.