ECLI:NL:RBMNE:2022:4346
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor financiële informatie horecagelegenheid
Verzoeker, vennoot van een horecagelegenheid, is geconfronteerd met een last onder dwangsom opgelegd door de burgemeester van Utrecht om financiële informatie aan te leveren conform een vergunningvoorschrift. Verzoeker betwist de last en vraagt een voorlopige voorziening omdat hij de dwangsom van €10.000,- niet kan betalen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van acute financiële nood of bedreiging van de continuïteit van de onderneming. De overgelegde winst- en verliesrekeningen tonen echter aan dat er in 2020 en 2021 winst is gemaakt, en er zijn geen recente gegevens over 2022 of het eigen vermogen van de onderneming of medevennoot.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat het inhuren van een registeraccountant onredelijk is. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt en het besluit niet evident onrechtmatig is, wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.