Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Eiseres heeft op het formulier ten behoeve van de ingebrekestelling ook aangevinkt dat verweerder niet heeft beslist op een bezwaar tegen een beschikking en zij heeft daarbij verwezen naar een beschikking van 11 mei 2021 (kenmerk UHT CHR GU), waarbij verweerder na uitvoering van een lichte toets heeft besloten dat zij vooralsnog niet in aanmerking komt voor een compensatie van € 30.000,-. De rechtbank ziet in de door verweerder aangeleverde op de zaak betrekking hebbende stukken niet dat eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen deze beschikking. Eiseres heeft ook zelf geen bezwaarschrift overgelegd. De rechtbank gaat er daarom vooralsnog vanuit dat de ingebrekestelling alleen gaat over het verzoek van eiseres om integrale herbeoordeling.
Om te voorkomen dat verweerder een rechtelijke dwangsom verbeurt zonder dat hij daaraan iets kan doen, bepaalt de rechtbank dat de termijn van twaalf wordt verlengd met de periode die eiseres de termijn van zes weken voor het indienen van een zienswijze bij verweerder overschrijdt.