ECLI:NL:RBMNE:2022:4386
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €233.000 per 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van €215.000 voor, maar verweerder handhaafde de waarde. Verweerder onderbouwde de vaststelling met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de verschillen in gebruiksoppervlakte en ligging adequaat waren verwerkt in de waardering. Ook de gehanteerde indexeringspercentages, gebaseerd op gegevens van de Waarderingskamer, werden als voldoende inzichtelijk en toelaatbaar beoordeeld.
Eisers bezwaren over afwijkingen in KOUDV+L-factoren en de ligging aan een drukke doorgaande weg werden verworpen, mede omdat vergelijkbare referentiewoningen aan dezelfde locatie waren meegenomen. De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €233.000 wordt ongegrond verklaard.