ECLI:NL:RBMNE:2022:4391
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning ongegrond verklaard
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2020, die door verweerder is vastgesteld op €393.000,-. Eiser stelt een lagere waarde van €380.000,- voor en voert verschillende bezwaren aan, waaronder onduidelijkheid over de gehanteerde taxatiematrix, gebruiksoppervlakte, staat van onderhoud en voorzieningen.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met vier referentiewoningen die vergelijkbaar zijn qua locatie, bouwjaar en uitstraling. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de verschillen tussen de woning en referentiewoningen inzichtelijk zijn gemaakt en de gebruikte methode passend is.
De rechtbank verwerpt de bezwaren van eiser over de indexering, gebruiksoppervlakte, staat van voorzieningen en onderhoud, en de keuze van referentiewoningen. De rechtbank concludeert dat verweerder vrij is in de keuze van referentiewoningen en dat eiser onvoldoende onderbouwing heeft geleverd om de vastgestelde waarde te verlagen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €393.000,- wordt ongegrond verklaard.