ECLI:NL:RBMNE:2022:4405
Rechtbank Midden-Nederland
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek voorlopige voorziening wegens onbevoegdheid rechtbank
Verzoekster heeft op 19 augustus 2021 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, dat op 1 oktober 2021 door de voorzieningenrechter kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
Op 4 oktober 2021 verzocht verzoekster om herziening van deze uitspraak. De rechtbank beoordeelt dit verzoek op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening mogelijk maakt voor onherroepelijke uitspraken onder specifieke voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 1 oktober 2021 wel onherroepelijk is, maar niet valt onder de toepasselijke bepalingen voor herziening zoals bedoeld in afdeling 8.2.6 of artikel 8:86 Awb Pro, omdat het een beslissing betreft op grond van artikel 8:84, tweede lid, onder b, Awb, in samenhang met artikel 8:83, derde lid, Awb.
Daarom is herziening van de uitspraak niet mogelijk en is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het herzieningsverzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt afgewezen en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat de rechtbank onbevoegd is om de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening te herzien.