Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres],
[gedaagde],
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties 1 t/m 10,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 9.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een burengeschil tussen eiseres en gedaagde over de erfgrens en het plaatsen van leilindes. Eiseres vordert verwijdering van een hekwerk en leilindes die volgens haar op haar grond staan, en schadevergoeding wegens onrechtmatig grondgebruik door de schuur van gedaagde. Gedaagde stelt dat zij eigenaar is van het betwiste stuk grond door verjaring en dat de leilindes zijn geplant met toestemming van de vorige bewoner.
De rechtbank stelt vast dat de schuur al sinds circa 1970 op de plek staat en dat gedaagde en haar voorgangers het stuk grond onafgebroken in bezit hebben gehad, waardoor verjaring is ingetreden. Hierdoor is er geen sprake van grensoverschrijdende bebouwing en worden de vorderingen tot verwijdering van het hekwerk en schadevergoeding afgewezen.
Ten aanzien van de leilindes oordeelt de rechtbank dat deze binnen de wettelijk toegestane afstand van de erfgrens staan zonder dat toestemming is gegeven. Het verweer van rechtsverwerking en gebrek aan belang faalt. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot verwijdering van de leilindes binnen twee maanden. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van de leilindes binnen twee maanden, overige vorderingen worden afgewezen.