ECLI:NL:RBMNE:2022:4451
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen beslissing Hof van Discipline
Eiser diende een klacht in bij de deken van de Orde van Advocaten over tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van een advocaat. De Raad van Discipline verklaarde de klacht ongegrond en het Hof van Discipline bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de bestuursrechter tegen de beslissing van het Hof.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid en concludeerde dat het Hof van Discipline een onafhankelijk, bij wet ingesteld rechtsprekend orgaan is dat niet als bestuursorgaan wordt aangemerkt volgens artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is geen beroep mogelijk bij de bestuursrechter tegen beslissingen van het Hof.
De rechtbank wees ook op een uitzondering in artikel 45c, vijfde lid, van de Advocatenwet, die hier niet van toepassing was omdat het geschil niet ging over schorsing of ontheffing van een deken. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het Hof van Discipline en wijst het beroep af.