ECLI:NL:RBMNE:2022:4468
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens tijdig besluit op studiefinancieringsaanvraag EU-student
Eiseres, een EU-student, diende op 31 augustus 2021 een aanvraag in voor wijziging van haar studiefinanciering. Verweerder nam op 28 september 2021 en 12 oktober 2021 besluiten over studiefinanciering voor verschillende periodes. Eiseres stelde op 11 november 2021 een ingebrekestelling vanwege het uitblijven van een besluit over haar reisrecht voor februari tot en met december 2022.
Verweerder stelde op 15 november 2021 dat er al een besluit was genomen en weigerde een dwangsom toe te kennen. In een bestreden besluit van 14 februari 2022 werd deze lijn voortgezet met een gewijzigde motivering dat de beslistermijn volgens artikel 3.19 van de Wet studiefinanciering 2000 nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat artikel 3.19 van toepassing is op de aanvraag, ook al ging het om een continueringsbeslissing. De beslistermijn liep tot 31 december 2021, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was. Het beroep faalde ook in het betoog over strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat verschillen in beslistermijnen verklaard konden worden door de beschikbare gegevens van andere studenten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken toen de ingebrekestelling werd gedaan.