ECLI:NL:RBMNE:2022:4485
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid UWV voor maatregel wegens niet verschijnen bij casemanager in Ziektewetzaak
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een maatregel die het UWV op 15 december 2021 oplegde aan eiser, een Ziektewetuitkeringsgerechtigde, wegens het niet verschijnen op een gesprek met zijn casemanager. Het UWV verlaagde de Ziektewetuitkering met 5% over de periode van 7 december 2021 tot en met 6 februari 2022.
Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel omdat hij van mening was dat het niet verschijnen op het gesprek met de casemanager geen schending van een verplichting uit de Ziektewet vormt. De rechtbank stelde op de zitting vast dat het gesprek met de casemanager niet bedoeld is om de arbeidsongeschiktheid te controleren, en dat eiser op 1 december 2021 door de bedrijfsarts volledig arbeidsongeschikt was verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet bevoegd was om op grond van het niet verschijnen een maatregel op te leggen. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen, waardoor het UWV geen bedrag op de Ziektewetuitkering mocht inhouden over de genoemde periode. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 31 augustus 2022 door rechter R.C. Moed in Utrecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-maatregelbesluit wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.