De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 november 2022 het wrakingsverzoek van een verdachte gericht tegen de drie rechters die zijn strafzaak behandelden. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en partijdigheid van de rechters, onder meer vanwege uitlatingen tijdens de zitting van 30 september 2022.
De verdachte stelde dat de rechters beschermend optraden richting de benadeelde partijen en onjuiste aannames deden over zijn persoonlijke omstandigheden en mogelijke tbs-maatregel. De rechters ontkenden deze beschuldigingen en stelden dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat het wrakingsverzoek pas ruim een week na de zitting schriftelijk werd ingediend en bovendien pas later bij de rechtbank aankwam. Gezien de professionele bijstand van de verdachte had het verzoek eerder kunnen worden ingediend. De procedure wordt daarom voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voorafgaand aan de schorsing wegens het wrakingsverzoek.