In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat gedaagden worden veroordeeld tot het staken en afbreken van een aanbouw die tegen de buitenmuur van haar woning is gebouwd, omdat dit een onrechtmatige inbreuk op haar eigendomsrecht vormt.
De aanbouw is zonder toestemming tegen de scheidingsmuur bevestigd, met isolatiemateriaal, een pvc-buis en een dakconstructie die aan de muur zijn vastgemaakt. Tevens is een betonvloer gestort die de muur raakt. Eiseres heeft geluidsonderzoek overgelegd waaruit geluidsoverlast blijkt. Gedaagden betwisten het eigendom van de muur en het bestaan van geluidsoverlast, maar dit wordt door de voorzieningenrechter verworpen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door zonder toestemming de muur te gebruiken en bevestigingen aan te brengen. Het belang van eiseres om de inbreuk te beëindigen weegt zwaarder dan het belang van gedaagden bij handhaving van de aanbouw. De vorderingen tot staking en afbraak worden toegewezen, met een aangepaste termijn voor afbraak van vier weken. Tevens worden dwangsommen en proceskosten toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.