Eiser is na een auto-ongeluk arbeidsongeschikt geworden en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV heeft in 2021 een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling uitgevoerd en geconcludeerd dat eiser arbeidsgeschikt is voor bepaalde functies, waarna de uitkering per 17 november 2021 werd beëindigd. Eiser meldde zich op 14 december 2021 ziek, maar het UWV besloot dat hij vanaf die datum geen recht had op een ZW-uitkering. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze besluiten behandeld.
Eiser stelde dat zijn klachten ernstiger waren dan door de verzekeringsarts beoordeeld, onder meer door een hersenkneuzing en verergerde problematiek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep weerlegde dit met medische rapporten waaruit bleek dat een hersenkneuzing niet was vastgesteld en dat reeds ruime beperkingen waren aangenomen. De rechtbank stelde dat het UWV mag afgaan op medische rapporten van verzekeringsartsen en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het oordeel te betwisten.
Ook voerde eiser aan dat de geduide functies niet passend waren vanwege beperkingen, maar de rechtbank oordeelde dat de functies passend waren op basis van een arbeidskundige beoordeling en dat eigen interpretaties van functieomschrijvingen niet doorslaggevend zijn. De rechtbank verwierp het beroep en handhaafde het besluit van het UWV dat eiser per genoemde data geen recht had op een ZW-uitkering.