ECLI:NL:RBMNE:2022:4495
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing ligplaats vaartuig wegens aantasting NLCA-waarden
Eiser, eigenaar van een open recreatievaartuig van 7,5 meter, verzocht het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht om ontheffing van het verbod op het innemen van een ligplaats naast zijn woonark. De Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 verbiedt dit, met een uitzondering voor open vaartuigen tot 7 meter. Het college wees het verzoek af omdat het vaartuig te lang was en het afmeren zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de NLCA-waarden.
Eiser stelde dat het college zijn beleidsruimte niet correct invulde en dat ook vaartuigen langer dan 7 meter voor ontheffing in aanmerking zouden moeten komen. De rechtbank oordeelde dat het college voldoende inzichtelijk had gemaakt welke criteria gelden en dat het beleid niet alleen historische schepen toestaat. De rechtbank vond het college redelijk in haar oordeel dat het afmeren van het vaartuig het open karakter van het landschap aantast.
Verder voerde eiser aan dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de aantasting onaanvaardbaar is en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank stelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft en terughoudend toetst. Het college had de landschappelijke waarden adequaat beschreven en toegelicht dat het vaartuig het zicht op water en oever belemmert. Ook was het belang van eiser voor vervoer niet zwaarwegend genoeg om de aantasting te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor het innemen van een ligplaats voor het vaartuig wordt ongegrond verklaard.