Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder
Inleiding
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was eigenaar van een woning waarvoor zij in 2016 een omgevingsvergunning had gekregen om de begane grond als woonruimte te gebruiken. In 2021 verzocht zij het college om deze vergunning in te trekken, waarna het college dit besluit nam. Later kwam eiseres op haar verzoek terug en maakte bezwaar tegen de intrekking. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en handhaafde de intrekking.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat eiseres voldoende concrete bezwaargronden had aangevoerd. Het college had het bezwaar moeten behandelen als een volledige heroverweging van het besluit, waarbij ook het terugkomen op het intrekkingsverzoek betrokken had moeten worden.
De rechtbank stelde vast dat het college onterecht vasthield aan het oorspronkelijke besluit zonder de belangenafweging opnieuw te maken. Gezien het feit dat het intrekkingsverzoek van eiseres de enige reden was voor intrekking en dat er geen nadelige gevolgen voor derden of het college zijn, moet de intrekking ongedaan worden gemaakt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit tot intrekking en bepaalde dat eiseres weer beschikt over de omgevingsvergunning. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak werd mondeling gedaan op 23 september 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt vernietigd, waardoor eiseres weer beschikt over de vergunning.