Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag van 22 februari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres verweerder op 24 februari 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen. Hoewel de standaardtermijn voor het nemen van een besluit twee weken is, acht de rechtbank deze termijn gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen onhaalbaar. Daarom wordt een termijn van twaalf weken gesteld, te rekenen vanaf het verweerschrift van 18 oktober 2022, met een mogelijke verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 379,50 en het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.L. Bressers op 9 november 2022.