Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 30 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was, maar gezien de omvangrijke achterstanden en de erkenning van de vertraging door verweerder, is het beroep toch ontvankelijk en gegrond verklaard. De beslistermijn is inmiddels met circa 7,5 maanden overschreden.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift een besluit moet nemen, met een verlenging van de termijn indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het niet tijdig beslissen.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers en uitgesproken op 11 november 2022.