Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 12 oktober 2022 met drie bijlagen,
- de schriftelijke reactie van 21 oktober 2022 van de rechter, mr. O.P. van Tricht,
- de e-mail van 25 oktober 2022 van verzoekster met bijlage 4.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele wrakingsprocedure heeft de vereniging STOK BO-EX '91 verzocht om wraking van de behandelend rechter mr. Van Tricht in de hoofdzaak tussen de stichting Bo-Ex '91 en verzoekster. Verzoekster stelde dat de rechter door het bepalen van een nadere mondelinge behandeling de schijn van partijdigheid wekte, omdat zij spoed wilde bij het vonnis gezien haar positie als huurdersbelangenorganisatie.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en oordeelde dat een procesbeslissing, zoals het bepalen van een nadere mondelinge behandeling, op zichzelf geen grond voor wraking is tenzij deze onpartijdigheid objectief in twijfel trekt. Uit de feiten en correspondentie bleek dat de beslissing zorgvuldig was genomen met inachtneming van de procesbelangen van partijen.
De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake was van vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan. De communicatie rondom een rechterswissel was niet altijd duidelijk, maar dit rechtvaardigde geen vermoeden van partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.