ECLI:NL:RBMNE:2022:4594
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetalingsverplichting lening wegens niet tijdig inburgeren
Eiser is sinds 26 november 2016 inburgeringsplichtig en had tot 25 november 2019 de tijd om te voldoen aan deze plicht. Verweerder stelde bij besluit van 23 juni 2020 vast dat eiser niet tijdig was ingeburgerd en legde hem een terugbetalingsverplichting en een boete op. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Eiser voerde aan dat zijn kwetsbare positie als Syrische vluchteling en gezondheidsproblemen hem verhinderden tijdig bezwaar te maken, maar de rechtbank vond dat hij onvoldoende onderbouwing leverde en dat hij hulp had kunnen zoeken bij het indienen van bezwaar. Hierdoor bleef het besluit van 23 juni 2020 in stand.
Tegen het besluit van 18 juni 2021, waarin de hoogte van de schuld en het maandelijkse terugbetalingsbedrag werden vastgesteld, maakte eiser eveneens bezwaar. Dit bezwaar werd deels ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij de lening niet kon terugbetalen of dat het maandbedrag te hoog was. De rechtbank bevestigde dat eiser een verzoek tot persoonlijke betalingsregeling kan indienen.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en dat eiser de lening moet terugbetalen. Tevens wees de rechtbank erop dat een verzoek tot kwijtschelding altijd kan worden ingediend en getoetst zal worden aan de geldende regeling van december 2021.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat eiser de lening moet terugbetalen.