Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Ten aanzien van het primair tenlastegelegde geldt dat er geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet op de dood van aangever. Er kan immers niet worden vastgesteld dat het hoofd van aangever daadwerkelijk meer dan eens is geraakt, op welke plek op het hoofd aangever is geraakt en met welke kracht hij is geraakt. De algemene ervaringsregel dat schoppen tegen het hoofd de aanmerkelijke kans op de dood van aangever oplevert vindt geen steun in de wetenschap. Het letsel van aangever en de afwezigheid van fracturen in het gezicht zijn contra-indicaties voor het schoppen met een zodanige kracht dat er sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood.
- Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde geldt dat het letsel niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel. Hoewel er sprake is van medisch ingrijpen, is de aard van dit medisch ingrijpen niet zodanig dat kan worden gesproken van zwaar lichamelijk letsel. Er valt geen blijvend letsel te verwachten. Uit jurisprudentie volgt dat een aantal kleinere, oppervlakkige littekens geen zwaar lichamelijk letsel opleveren, ook niet als de letsels gehecht zijn.
- Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen geldt dat verdachte niet heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte] een glas gooide naar aangever. Pas na het gooien van een stoel door aangever in de richting van medeverdachte [medeverdachte] en het daaropvolgende handelen van verdachte is er sprake van medeplegen. Het gooien van het glas is een handeling van de medeverdachte alleen geweest.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 november 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 25 april 2022, genummerd PL0900-2022110453-15, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de aangifte van [slachtoffer] , opgenomen op pagina 45 e.v. van het dossier in onderzoek 14Kruid22 / MD1R022027;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 21 april 2022, genummerd PL0900-2022110453-10, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 22 april 2022, genummerd 202110453, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 51 e.v. van voornoemd dossier.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- meldplicht bij de reclassering;
- gedragsinterventie COVA;
- alcoholverbod;
- meewerken aan middelencontrole;
- ambulante begeleiding op praktisch gebied.
- meldplicht bij de reclassering;
- gedragsinterventie COVA;
- alcoholverbod;
- meewerken aan middelencontrole;
- ambulante begeleiding op praktisch gebied.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
Oplegging straf
gevangenisstrafvan
8 maanden;
2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;