ECLI:NL:RBMNE:2022:4680

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 november 2022
Publicatiedatum
17 november 2022
Zaaknummer
UTR 22/1758
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit omgevingsrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergunning terecht verleend voor aanleg van vergunningsvrij zwembad ondanks strijdig gebruik bestemmingsplan

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een zwembad van 8 bij 4 meter in de achtertuin van zijn perceel. Eiser stelde beroep in tegen het besluit waarbij zijn bezwaren ongegrond werden verklaard.

De rechtbank oordeelt dat het bouwen van het zwembad vergunningsvrij is, omdat het geen overkapping heeft. Voor het gebruik van het zwembad, dat in strijd is met het bestemmingsplan, is wel een vergunning vereist. Het college heeft beleidsvrijheid bij het verlenen van deze vergunning en heeft de belangen zorgvuldig afgewogen.

De rechtbank acht de afweging van het college redelijk, gezien de kleinschaligheid van het zwembad, het beperkte gebruik en het ontbreken van onaanvaardbare geluidsoverlast of andere nadelen voor derden. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning voor het zwembad wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1758

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 november 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] (het college)

(gemachtigde: mr. G. de Josselin en mr. S. Paffen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[vergunninghouder]uit [woonplaats] (de vergunninghouder).

Procesverloop

Met het besluit van 11 maart 2021 heeft het college aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een zwembad van 8 bij 4 meter in de achtertuin van zijn perceel aan de [adres] in [plaats] .
Met het besluit van 9 maart 2022 heeft het college de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 maart 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 16 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van het college en de vergunninghouder. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank oordeelt dat het college terecht en onder verwijzing naar de juiste bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht tot de conclusie is gekomen dat er geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig is. Het bouwen van een zwembad is vergunningsvrij als het niet van een overkapping is voorzien en dat is hier het geval. Er hoefde daarom niet te worden getoetst aan redelijke eisen van welstand en aan het Bouwbesluit.
2. Het gebruik van het zwembad is in strijd met het bestemmingsplan en daar is wel een vergunning voor nodig. Het college heeft beleidsruimte bij de beslissing om wel of geen toepassing te geven aan de in het bestemmingsplan opgenomen bevoegdheid om in afwijking van de planregels een omgevingsvergunning voor een zwembad te verlenen. Bij die beslissing moet het college ook de betrokken belangen afwegen.
3. De rechtbank oordeelt dat het college de afweging om mee te werken aan het vergunnen van het zwembad redelijkerwijs heeft mogen maken. De omvang van het zwembad is 32 m2 en daarmee kleinschalig. Het zwembad zal naar verwachting met name worden gebruikt tijdens de zomermaanden. Het geluid van spelende kinderen en andere zwemmers zal redelijk vergelijkbaar zijn met ander geluid uit tuinen. Het standpunt van het college dat geen sprake is van onaanvaardbare geluidsoverlast kan de rechtbank dan ook volgen. Ook anderszins is niet gebleken van onevenredig nadeel voor derden en de argumenten over de zwembadpomp en een mogelijke chloorlucht kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. Dat er ook andere plekken in de tuin van de vergunninghouder mogelijk zijn waar het zwembad zou kunnen worden aangelegd is waar, maar dat is geen reden om niet aan deze vergunning mee te werken.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2022 door
mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.