ECLI:NL:RBMNE:2022:4700
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid beëindiging Anw-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres ontving sinds 1 juli 2017 een Anw-uitkering die per 1 maart 2021 werd beëindigd door verweerder, omdat uit UWV-onderzoek bleek dat zij niet langer voor 45% of meer arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of het UWV-onderzoek zorgvuldig was en of de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld. Uit het onderzoek, waaronder een telefonisch en fysiek spreekuur in november en december 2020, bleek dat eiseres ten minste 55% van het maatmaninkomen kon verdienen, waarmee zij niet meer voldeed aan de voorwaarden voor een Anw-uitkering.
Eiseres voerde aan dat nek- en rugklachten niet waren meegenomen en dat zij ernstiger beperkingen had. De rechtbank oordeelde dat deze klachten niet waren aangetoond ten tijde van de datum in geding en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist met concrete argumenten.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiseres geen recht meer had op een Anw-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Anw-uitkering wordt ongegrond verklaard.