ECLI:NL:RBMNE:2022:4755
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-waarde na intrekking geschil over waarde
Eiser, mede-eigenaar van een woning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €350.000 voor het belastingjaar 2021. Tijdens de zitting gaf eiser aan dat hij de WOZ-waarde niet langer betwist, waardoor het beroep feitelijk geen belang meer heeft en niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Eiser klaagde over de late indiening van het verweerschrift door verweerder, dat pas acht dagen voor de zitting was ontvangen en twee dagen voor de zitting door eiser zelf. Hij stelde dat dit zijn procespositie schaadde en vroeg om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verweerschrift tijdig was ingediend volgens de wettelijke termijn en dat de foto’s van de woning geen nieuwe feiten bevatten, maar een nadere onderbouwing van de stelling dat de woning was verbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser zich op het verweerschrift had kunnen voorbereiden en dat de klacht over de timing geen rechtvaardiging bood voor proceskostenvergoeding. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil over de WOZ-waarde was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.