Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
- een rapport van 5 januari 2021, opgemaakt door S.E. Zijp, psychiater;
- een rapport van 14 januari 2021, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, psycholoog;
- een rapport van 18 oktober 2021, opgemaakt door G.M. Jansen, GZ-psycholoog en M.M.C. van der Hoorn, psychiater in opleiding onder supervisie van P.K.J. Ronhaar, psychiater bij het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC).
8.OPLEGGING VAN STRAF
De geneesheer-directeur heeft aangegeven dat een zorgmachtiging een civielrechtelijke maatregel is en er geen grond is voor een forensische setting. Er is geen sprake van een gesloten plaatsing. Bovendien geldt dat voor een zorgmachtiging er een psychische stoornis aanwezig moet zijn die ernstig nadeel veroorzaakt. . Verdachte heeft al lange tijd geen lachgas gebruikt en is daarmee niet meer in de greep van zijn verslaving. Hij kan zelf kiezen voor een behandeling en voor abstinentie. Er is bij verdachte dus geen sprake meer van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. Daarom wordt er niet voldaan aan de gronden voor een zorgmachtiging.
an sichis geen stoornis in de zin van de Wvggz. Er is ook geen sprake van een actuele verslaving omdat verdachte al langere tijd geen lachgas heeft gebruikt.