ECLI:NL:RBMNE:2022:4761
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van hoekwoning in Utrecht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €490.000,- voor het belastingjaar 2021, en stelde een lagere waarde van €484.000,- voor. De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de marktwaarde op de waardepeildatum weerspiegelt, waarbij het eigen verkoopcijfer leidend is indien de woning recent is verkocht.
Eiser verkocht zijn woning op 30 juni 2021 voor €505.000,-, wat als uitgangspunt geldt. De discussie betrof de juiste indexatie van deze verkoopprijs naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde dat verweerder een onjuiste indexatie toepaste, gebaseerd op een indexatieberekening van Vastgoedpro.
Verweerder onderbouwde zijn waardering met twee methoden, waaronder een eigen berekening en een Vastgoedpro-indexatie met de datum van de koopovereenkomst als uitgangspunt. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €490.000,- wordt ongegrond verklaard.