ECLI:NL:RBMNE:2022:4762
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan de [adres 1] te Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan de [adres 1] in Utrecht voor het belastingjaar 2021, met waardepeildatum 1 januari 2020. De eigenaar van de woning betwistte de vastgestelde waarde van € 588.000 en stelde een lagere waarde van € 445.000 voor. De gemeente handhaafde de waarde.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Dit is onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen van vergelijkbaar type en bouwjaar. Daarbij is rekening gehouden met verschillen in woninginhoud, perceeloppervlakte en ligging.
De bezwaren van eiser over het gebrek aan inzicht in waardes van objectonderdelen, de gebruikte systematiek voor waardeontwikkeling en de keuze van referentiewoningen zijn door de rechtbank verworpen. De gemeente heeft voldoende inzicht gegeven in de waardebepaling en marktontwikkeling, en had discretionaire ruimte bij de keuze van referentiewoningen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van € 588.000. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 588.000 wordt ongegrond verklaard.