ECLI:NL:RBMNE:2022:4763
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ondanks eigendomsgeschil
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een Nederlandse gemeente en vordert een nihilwaardering vanwege een eigendomsgeschil dat verkoop en hypotheekverlening blokkeert.
Verweerder handhaaft de WOZ-waarde van €299.000 voor het belastingjaar 2021, vastgesteld met de vergelijkingsmethode aan de hand van referentiewoningen. De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde moet worden bepaald op basis van de fictie dat de woning vrij verkoopbaar is en dat de volle en onbezwaarde eigendom kan worden overgedragen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met een taxatiematrix en toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De feitelijke verkoopbelemmeringen en eigendomsgeschil zijn volgens de Wet WOZ geen reden om af te wijken van de waarderingsficties.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst erop dat zij niet bevoegd is om aanslagen uit andere jaren of toekomstige aanslagen te beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €299.000 wordt ongegrond verklaard.