ECLI:NL:RBMNE:2022:4764
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning in Utrecht voor belastingjaar 2021
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een hoekwoning aan een adres in Utrecht voor het belastingjaar 2021. Verweerder had de waarde vastgesteld op € 487.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en bepleitte een waarde van € 440.000,-.
Verweerder baseerde de waardebepaling op de vergelijkingsmethode, waarbij de woning werd vergeleken met drie vergelijkbare hoekwoningen in dezelfde plaats. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede doordat de taxatiematrix de verschillen in grootte en perceeloppervlakte voldoende inzichtelijk maakte.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de gedateerde voorzieningen, de staat van onderhoud, en de verkeers- en geluidsoverlast door nabijgelegen voorzieningen. De rechtbank verwierp deze bezwaren omdat de referentiewoningen vergelijkbare bouwperioden en kenmerken hadden en de overlast niet zodanig was dat een waardedrukkend effect gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 6 september 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 487.000,- wordt ongegrond verklaard.