ECLI:NL:RBMNE:2022:4824

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
10087605
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWRichtlijn 93/13Art. 4 lid 2 Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling compensatie bij voortijdige beëindiging energiecontract

In deze zaak vordert Greenchoice dat [gedaagde] de ontvangen compensatie van €200,- terugbetaalt omdat hij zijn energiecontract voortijdig heeft beëindigd. De overeenkomst liep oorspronkelijk vijf jaar en was ingegaan op 1 juli 2020, maar werd in november 2021 beëindigd. Greenchoice bracht het bedrag van €200,- in mindering met €92,81 op grond van een eindafrekening en vorderde daarnaast incassokosten en rente.

De kantonrechter beoordeelde of de compensatievergoeding teruggevorderd kon worden en stelde vast dat de compensatie als een welkomstcadeau moet worden gezien. Op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen is het onredelijk om een vergoeding te bedingen voor een welkomstcadeau als de overeenkomst na meer dan een jaar wordt beëindigd. De vordering van Greenchoice werd daarom afgewezen.

Daarnaast oordeelde de rechter dat Greenchoice de actievoorwaarden compensatievergoeding niet had overgelegd, waardoor het beroep op het contractuele beding niet kan slagen. De proceskosten worden toegerekend aan Greenchoice, terwijl [gedaagde] geen kosten heeft gemaakt. Het vonnis werd gewezen door mr. I.L. Rijnbout en op 7 december 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering van Greenchoice tot terugbetaling van de compensatie wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10087605 \ UC EXPL 22-5968
Vonnis van 7 december 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GREENCHOICE B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Greenchoice,
gemachtigde: R.A.M. Vismans,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord met een bijlage,
- de conclusie van repliek met producties 1 en 2,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar deze zaak over gaat

2.1.
[gedaagde] is in maart 2020 een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit aangegaan met Greenchoice. Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 5 jaar met als ingangsdatum 1 juli 2020. Bij het aangaan van de overeenkomst heeft [gedaagde] van Greenchoice een bedrag van € 200,- ontvangen als compensatie voor de opzegvergoeding die [gedaagde] aan zijn vorige energieleverancier moest betalen. [gedaagde] heeft de overeenkomst met Greenchoice voor het einde van de looptijd in november 2021 beëindigd.
2.2.
Greenchoice wil nu dat [gedaagde] de compensatie terugbetaald omdat hij de overeenkomst voortijdig heeft beëindigd. Op het bedrag van € 200,- wordt € 92,81 in mindering gebracht. Dit is het bedrag dat Greenchoice aan [gedaagde] moet terugbetalen op grond van de eindafrekening. Daarnaast maakt Greenchoice aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 40,- en wettelijke rente van € 1,34 tot aan de dagvaarding.
2.3.
Greenchoice vordert dus veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 148,53, vermeerderd met rente en kosten.
2.4.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Greenchoice stelt dat zij op grond van de 'Contractvoorwaarden Windzeker 5 jaar + € 350,- welkomstkorting’ de door haar gecompenseerde opzegvergoeding kan terugvorderen. In die contractvoorwaarden wordt ten aanzien van de compensatieregeling opzegvergoeding verwezen naar de ‘actievoorwaarden compensatievergoeding’. Greenchoice heeft die actievoorwaarden niet overgelegd. Greenchoice wordt niet in de gelegenheid gesteld om dat alsnog te doen. De voorwaarde waarop Greenchoice een beroep doet is namelijk vernietigbaar.
3.2.
Deze procedure heeft betrekking op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de gedaagde partij daar niet om vraagt) beoordelen of een beding in gehanteerde algemene voorwaarden oneerlijk is ten opzichte van de consument in de zin van artikel 3 van Pro de Europese Richtlijn Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn 93/13). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder Pro a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is ten opzichte van de consument vernietigbaar is.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de compensatie voor de opzegvergoeding beschouwd moet worden als een welkomstcadeau, waarop artikel 4 lid 2 van Pro de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders van toepassing is. Op grond van deze bepaling is het niet redelijk om in een overeenkomst enige vergoeding te bedingen voor een uitgedeeld welkomstcadeau als de beëindiging van de overeenkomst plaatsvindt na verloop van een jaar. Omdat de overeenkomst in juli 2020 is ingegaan en in november 2021 is beëindigd, is dat hier het geval. De bepaling waarop Greenchoice een beroep doet, is dus vernietigbaar.
3.4.
Dat betekent dat de vordering van Greenchoice wordt afgewezen. Dat heeft tevens tot gevolg dat [gedaagde] gelijk heeft dat hij nog € 92,81 van Greenchoice tegoed heeft, omdat Greenchoice dit bedrag ten onrechte heeft verrekend met haar nu afgewezen vordering. Maar omdat [gedaagde] geen eis in reconventie heeft ingesteld, kan dat bedrag in deze procedure niet worden toegewezen.
3.5.
Greenchoice krijgt ongelijk en moet dus de proceskoten betalen. Omdat [gedaagde] geen gemachtigde heeft ingeschakeld heeft hij geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, zijn proceskosten worden daarom begroot op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Greenchoice af,
4.2.
veroordeelt Greenchoice tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.