ECLI:NL:RBMNE:2022:4859
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde vrijstaande woning correct vastgesteld
De heffingsambtenaar van de gemeente stelde de WOZ-waarde van een vrijstaande woning per 1 januari 2021 vast op €438.000,- na een eerdere verlaging van €490.000,-. Eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €411.000,- voor. De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk had gemaakt.
De waarde is bepaald volgens de vergelijkingsmethode, waarbij de woning is vergeleken met drie referentiewoningen die qua locatie, bouwjaar, uitstraling en verkoopdatum voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar overlegde een taxatiematrix waarin deze vergelijkingen inzichtelijk zijn gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix en de toelichting tijdens de zitting voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiser kon het bouwjaar van 1938, gebruikt in de taxatiematrix, niet weerleggen met bewijs. De overige onderbouwingen van eiser werden niet betwist.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 9 november 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €438.000,- wordt ongegrond verklaard.