ECLI:NL:RBMNE:2022:4869
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- M.M. Janssen - Witteveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging tot gedwongen opname bij neurocognitieve stoornis
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor de gedwongen opname van betrokkene, die lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis, vermoedelijk Lewy-Body dementie. Betrokkene was gevlucht uit een verpleeghuis en verbleef bij zijn partner, waar hij wilde blijven wonen. De medische verklaring van een specialist ouderengeneeskunde gaf aan dat er geen sprake was van ernstig nadeel dat opname noodzakelijk maakte.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat betrokkene en zijn partner wisselende situaties kenden, maar dat er sprake was van goede verzorging en begrip voor het gedrag van betrokkene. De zorginstelling uitte zorgen over het gedrag van betrokkene bij terugkeer, maar concrete voorbeelden van ernstig nadeel ontbraken. De rechtbank oordeelde dat het wettelijk vereiste van ernstig nadeel voor een gedwongen opname niet was aangetoond.
De rechtbank benadrukte dat betrokkene en zijn partner ambulante hulp nodig hebben en dat de zorginstelling verantwoordelijk is voor een goede overdracht van zorg aan een zorgaanbieder in de woonplaats van betrokkene. Het verzoek tot machtiging werd daarom afgewezen, hoewel de rechtbank zich bewust is van de complexe en zorgwekkende situatie van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging voor gedwongen opname wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstig nadeel.