Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:4888

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 november 2022
Publicatiedatum
23 november 2022
Zaaknummer
16.177517.22; 16-304699-20 (vord. tul) (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte brandstichting Volkswagen Polo wegens gebrek aan bewijs

Op 12 juli 2022 vond in Amersfoort een brand plaats aan een geparkeerde Volkswagen Polo waarbij gemeen gevaar voor goederen werd vermoed. Verdachte werd ervan beschuldigd deze brandstichting te hebben gepleegd door het aansteken van aanmaakblokjes bij het voertuig.

Tijdens de terechtzitting op 9 november 2022 heeft de officier van justitie het tenlastegelegde als wettig en overtuigend bewijs gepresenteerd, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs en stelde dat er sprake was van een onrechtmatige doorzoeking van de woning van verdachte.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende overtuigend bewijs was dat verdachte de brandstichting heeft gepleegd. Er was geen onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand, waardoor een andere oorzaak niet kon worden uitgesloten. Daarnaast bestond twijfel over de identificatie van verdachte op camerabeelden en getuigenverklaringen.

Gezien deze onzekerheden sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. De rechtbank wees ook de vordering tot tenuitvoerlegging af en gelastte de teruggave van in beslag genomen aanmaakblokjes aan de rechthebbende.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting wegens gebrek aan overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16.177517.22; 16-304699-20 (vord. tul) (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 november 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1983] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 november 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. E. Wiersma en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R.J. Jager, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte:
op 12 juli 2022 te Amersfoort brand heeft gesticht aan een Volkswagen Polo, waarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde wegens gebrek aan bewijs. De raadsvrouw heeft eveneens bepleit dat gedeeltelijke bewijsuitsluiting dient te volgen, nu sprake was van een onrechtmatige doorzoeking van de woning van verdachte.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft op grond van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Uit het dossier blijkt dat geen onderzoek is verricht naar de oorzaak van de brand aan de Volkswagen Polo, zodat een andere oorzaak dan brandstichting niet buiten redelijke twijfel kan worden uitgesloten. Bovendien laat de inhoud van de bewijsmiddelen twijfel bestaan over de vraag of de fietser die om 19.59 uur in de Tannhauserstraat (komend vanuit de richting van het Tannhauserplein) op de camerabeelden is gezien – en door verbalisant [verbalisant] is herkend als verdachte – dezelfde persoon is als de man die rond 20.00 uur door getuige [getuige] bij de Volkswagen Polo is gezien. Nu niet alleen twijfel bestaat over de oorzaak van de brand, maar ook over de rol die verdachte daarbij mogelijk heeft gespeeld, zal de rechtbank verdachte vrijspreken.
Gelet op dit oordeel van de rechtbank zal de rechtbank het verweer van de raadsvrouw betreffende de onrechtmatige doorzoeking niet inhoudelijk bespreken.

5.VORDERING TENUITVOERLEGGING

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 16-304699-20 afwijzen, nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het tenlastegelegde.

6.BESLAG

Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK aanmaakblokjes, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

7.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16-304699-20
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;
Beslag
- gelast de teruggave aan degene die redelijkerwijs kan worden aangemerkt als rechthebbende van het volgende voorwerp:
1 STK aanmaakblokjes.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Dekker, voorzitter, mr. A.A.T. Werner en mr. P.C. Quak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 november 2022.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juli 2022 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,
opzettelijk
brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met één of meerdere
aanmaakblokjes,
althans met een brandbare stof en/of (vervolgens) die/dat aanmaakblokje(s) op/in
(de autoband van) een personenvoertuig heeft gelegd
ten gevolge waarvan een personenvoertuig (Volkswagen Polo) geheel of gedeeltelijk
is/zijn verbrand, in elk
geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor in de nabijheid geparkeerde voertuigen en/of
aangrenzende gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor
goederen, te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )