In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde stond de betaling van verzekerings- en belastingkosten van een Audi R8 centraal. In een tussenvonnis werd reeds bepaald dat gedaagde een bedrag van €30.000 aan eiser moest betalen, met wettelijke rente, en dat buitengerechtelijke kosten werden afgewezen.
In reconventie stelde gedaagde aanspraak op vergoeding van verzekerings- en belastingkosten voor de auto vanaf 1 september 2020 tot 24 februari 2021. De rechtbank oordeelde dat eiser de verzekeringskosten van €1.339,92 en belastingkosten van €171,72 moet betalen, omdat deze kosten niet werden betwist. De belastingkosten van €378,67 over 2020 werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat deze betrekking hadden op de auto.
De wettelijke rente over het toegewezen bedrag wordt toegekend vanaf de dag na het vonnis, omdat eiser redelijkerwijs niet eerder tot betaling kon worden gehouden. In reconventie worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.