ECLI:NL:RBMNE:2022:4972

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
22/2135
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden tegen besluit gemeente Baarn

Eiser heeft op 31 maart 2022 beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Baarn van 17 februari 2022. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat eiser niet heeft aangegeven waarom hij het niet eens is met het besluit, oftewel geen beroepsgronden heeft ingediend.

De rechtbank heeft eiser op 19 juli 2022 aangetekend verzocht binnen vier weken alsnog de gronden aan te geven, maar eiser heeft niet gereageerd. Hierdoor is het beroep volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en wordt de zaak niet inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft geen proceskosten toegekend en heeft het beroep formeel niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 1 september 2022 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 22/2135

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser(es),

(gemachtigde: mr. R. van der Weide)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 31 maart 2022 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 17 februari 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank bepalen dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
3. De rechtbank heeft eiser(es) op 19 juli 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit.
4. Eiser(es) heeft niet (op tijd) gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, van de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.