ECLI:NL:RBMNE:2022:4976

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
22/1705
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken stukken

Eiseres heeft op 8 april 2022 een beroepschrift ingediend tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht van €50,- te betalen en om een kopie van de uitspraak op bezwaar te overleggen. Ondanks aanmaningen, waaronder een aangetekende brief van 28 mei 2022, heeft eiseres het griffierecht niet (tijdig) voldaan en geen geldige reden voor de niet-betaling gegeven.

Daarnaast heeft eiseres geen machtiging of kopie van de uitspraak op bezwaar overgelegd, terwijl de rechtbank hier expliciet om heeft gevraagd in een aangetekende brief van 19 juli 2022. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de formele vereisten.

De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt geen inhoudelijke behandeling van het beroep gegeven en ook is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 1 september 2022 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van gevraagde stukken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 22/1705

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(beweerlijk gemachtigde: C.W. van Dalen)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroepschrift dat eiseres heeft ingediend op 8 april 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 28 mei 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook geen machtiging en geen kopie van de uitspraak op bezwaar heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 19 juli 2022. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
9. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.