Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake een aanslag. Verweerder heeft vervolgens de aanslag vernietigd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en een vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.
De rechtbank overweegt dat alleen kosten gemaakt door een professionele juridische hulpverlener in aanmerking komen voor vergoeding. Verzoeker heeft echter geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener ingeschakeld, zodat geen kosten vergoed kunnen worden.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af, maar bepaalt dat verweerder het griffierecht aan verzoeker moet betalen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 27 oktober 2022.