ECLI:NL:RBMNE:2022:4994
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.T. Werner
- P.C. Quak
- M.E. Dekker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in ontnemingsvordering wegens ontbreken veroordeling
In deze zaak heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €45.399,59, met een verzoek tot matiging tot €40.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De verdediging heeft verzocht om niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in deze vordering, verwijzend naar de niet-ontvankelijkheid in de onderliggende strafzaak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de officier van justitie in de strafzaak niet-ontvankelijk is verklaard, waardoor er geen veroordeling is uitgesproken tegen verdachte. Dit betekent dat de basis voor de ontnemingsvordering, namelijk een strafbare feitelijke veroordeling, ontbreekt.
Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de ontnemingsvordering. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 23 november 2022, waarbij de rechters A.A.T. Werner, P.C. Quak en M.E. Dekker betrokken waren.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van een veroordeling.