Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
2.Waar het in deze procedure om gaat
3.De beoordeling
€ 74 (twee punten keer € 37)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een verhuurder tot ontbinding van de huurovereenkomst woonruimte wegens huurachterstand en ontruiming van de woning. De huurder had in het verleden meerdere huurachterstanden laten ontstaan, waarvoor eerder een vonnis was gewezen. In deze procedure betwistte de huurder de hoogte van de achterstand, maar betaalde enkele dagen voor de zitting een bedrag dat de volledige achterstand, rente en buitengerechtelijke kosten dekte.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tegen de tweede gedaagde werd afgewezen omdat zij geen huurder was. De huurachterstand was volledig voldaan, waardoor de gevorderde betaling van huurachterstand, rente en kosten werd afgewezen. Hoewel de huurder tekortkomingen vertoonde door te laat te betalen, was er geen zwaarwegend belang voor ontbinding, mede vanwege de langdurige zakelijke relatie tussen partijen en de onvoorziene financiële problemen door de coronapandemie.
De kantonrechter gaf aan dat bij een nieuwe huurachterstand ontbinding en ontruiming wel aan de orde zullen zijn. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de verhuurder. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter Straver en uitgesproken op 7 december 2022.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de huurachterstand volledig is betaald.