Eiser, een voormalig beroepsmilitair met PTSS, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering nadat hij zich ziek meldde in juli 2019. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar kende het UWV alsnog een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 52,84%. Eiser stelde beroep in omdat hij meende dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld.
De rechtbank toetste het beroep aan de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die de beperkingen beoordeelde en concludeerde dat er geen structurele beperkingen zijn voor reizen met het openbaar vervoer, ondanks de PTSS-diagnose. De rechtbank oordeelde dat eiser geen medisch rapport had overgelegd dat de beoordeling onjuist maakte.
De rechtbank vond dat de medische beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk was en dat het beroep ongegrond was. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan op 25 november 2022 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.