Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg om zijn aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een vastgestelde psychogeriatrische grondslag en het ontbreken van een blijvende noodzaak tot 24 uur zorg in de nabijheid.
De rechtbank heeft de medische adviezen bestudeerd waarop het besluit was gebaseerd, waaronder een advies van 2 september 2021. Hieruit bleek dat bij eiser een somatische aandoening was vastgesteld en een milde cognitieve stoornis zonder oorzaak, maar geen psychogeriatrische grondslag. Ondanks dat eiser een casemanager dementie had, die mogelijk psychogeriatrische klachten constateerde, is vastgesteld dat deze niet bevoegd is tot het stellen van diagnoses. Het ontbreken van contact met de casemanager heeft de zorgvuldigheid van het medische advies niet aangetast.
Eiser heeft verzocht om benoeming van een deskundige, maar de rechtbank oordeelde dat de ingediende medische stukken onvoldoende aanleiding geven voor een ander oordeel. Ook is niet gebleken dat eiser een blijvende noodzaak heeft voor 24 uur zorg in de nabijheid, hetgeen een vereiste is bij een somatische grondslag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een deskundige af.