ECLI:NL:RBMNE:2022:505

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 januari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
UTR 21/4234
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing indicatie Wlz-zorg wegens ontbreken psychogeriatrische grondslag en blijvende noodzaak 24-uurszorg

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg om zijn aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een vastgestelde psychogeriatrische grondslag en het ontbreken van een blijvende noodzaak tot 24 uur zorg in de nabijheid.

De rechtbank heeft de medische adviezen bestudeerd waarop het besluit was gebaseerd, waaronder een advies van 2 september 2021. Hieruit bleek dat bij eiser een somatische aandoening was vastgesteld en een milde cognitieve stoornis zonder oorzaak, maar geen psychogeriatrische grondslag. Ondanks dat eiser een casemanager dementie had, die mogelijk psychogeriatrische klachten constateerde, is vastgesteld dat deze niet bevoegd is tot het stellen van diagnoses. Het ontbreken van contact met de casemanager heeft de zorgvuldigheid van het medische advies niet aangetast.

Eiser heeft verzocht om benoeming van een deskundige, maar de rechtbank oordeelde dat de ingediende medische stukken onvoldoende aanleiding geven voor een ander oordeel. Ook is niet gebleken dat eiser een blijvende noodzaak heeft voor 24 uur zorg in de nabijheid, hetgeen een vereiste is bij een somatische grondslag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een deskundige af.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wlz-indicatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4234

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Wortel),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Procesverloop

In het besluit van 6 mei 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) afgewezen.
In het besluit van 10 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 januari 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen de heer [A] , zoon van eiser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Er is bij eiser de grondslag somatiek vastgesteld. De grondslag psychogeriatrie kon (nog) niet worden vastgesteld. Bij eiser is geen sprake van een blijvende noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid of permanent toezicht. Eiser heeft daarom geen toegang heeft tot Wlz-zorg.
Grondslag psychogeriatrie
2. Eiser voert aan dat in bezwaar geen nader medisch onderzoek is verricht en er geen contact is geweest met mevrouw [B] , de casemanager dementie van Vivium Zorggroep, terwijl daar wel een medische machtiging voor was. Zij heeft zelf telefonisch contact gezocht met verweerder en heeft de voicemail ingesproken, maar zij is niet teruggebeld. De beslissing op bezwaar is daarom niet zorgvuldig genomen.
Eiser voert verder aan dat ten onrechte niet de grondslag psychogeriatrie is vastgesteld. Eiser overlegt ter onderbouwing van zijn medische situatie een ongedateerde brief van de cardioloog [C] en een brief van de huisarts van 3 december 2021. De cardioloog kan alleen iets zeggen over zijn eigen vakgebied en de huisarts kan geen uitspraak doen over de mogelijke dementie van eiser. Eiser verzoekt de rechtbank om een deskundige te benoemen. De behandelaar van Exclusieve Zorg heeft aan verweerder medegedeeld dat eiser te kampen heeft met psychogeriatrische klachten die toenemen. De conclusie dat deze grondslag niet gesteld kan worden, is daarom niet te volgen. Niet in geschil kan zijn dat eiser heel vergeetachtig is, waaruit blijkt dat sprake is van psychogeriatrische klachten. Dit vindt tevens steun in het feit dat er een casemanager dementie is aangesteld. Uit telefonisch contact met de casemanager blijkt dat eiser te kampen heeft met
mild cognitive impairment, wat een voorloper kan zijn van dementie. Eiser heeft een agressieve vorm, wat betekent dat hij achteruit gaat en mogelijk zelfs het stempel dementie al kan dragen. De casemanager kan dat echter niet diagnosticeren. Maar als zij al meent dat mogelijk sprake is van dementie, lijkt er toch duidelijk een psychogeriatrische grondslag. Verweerder heeft dit miskent en onvoldoende onderzocht.
3. De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de medische adviezen die aan de besluitvorming ten grondslag zijn gelegd onzorgvuldig zijn, omdat er geen contact is geweest met [B] . De rechtbank stelt vast dat van beide zijden is getracht om contact op te nemen, maar dat is om onbekende redenen niet gelukt. De medisch adviseur heeft desondanks een medisch advies opgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dat echter niet tot het oordeel dat dit medische advies niet zorgvuldig is opgesteld. Verweerder heeft de besluitvorming gebaseerd op twee medische adviezen van 6 mei 2021 en 2 september 2021. Ten tijde van het eerste medische advies was [B] nog niet in beeld, ten tijde van het tweede medische advies wel. Uit dit laatste medische advies blijkt dat bij eiser de grondslag somatische aandoening is vast te stellen, dat bij hem in maart 2021 een milde cognitieve stoornis zonder oorzaak is vastgesteld en dat daarom de grondslag psychogeriatrie niet van toepassing is. De medisch adviseur heeft zich voor dit standpunt gebaseerd op het dossieronderzoek, waaronder een huisbezoek op 4 mei 2021, medische informatie van [D] , klinisch geriater van 30 maart 2021, neuropsychologisch onderzoek van 22 februari 2021 en de informatie die in bezwaar is ingebracht door [E] van Exclusieve Zorg. Het feit dat met [B] niet is gesproken, maakt het advies niet onzorgvuldig. Uit de door eiser overgelegde informatie blijkt immers dat [B] casemanager dementie is en dat zij niet bevoegd is om te diagnosticeren. Zij kan daarom geen objectief medische gegevens over het ziektebeeld verschaffen. Er is voorts geen schriftelijke verklaring van [B] overgelegd. De rechtbank oordeelt daarom dat het enkele feit dat [B] niet door de medisch adviseur is gesproken niet maakt dat het medisch advies van 2 september 2021 niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Verweerder heeft de besluitvorming dan ook mogen baseren op de hierboven vermelde medische informatie. Deze beroepsgrond slaagt niet.
4. De door eiser in beroep overgelegde stukken van zijn huisarts en cardioloog kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet afdoen aan de conclusies in het medisch advies over de grondslag psychogeriatrie. De huisarts en de cardioloog kunnen immers niets zeggen over psychogeriatrische klachten, omdat dit niet tot hun werkveld behoort. Dat er een casemanager dementie is aangesteld, leidt niet tot een ander standpunt, nu zij, zoals reeds eerder is overwogen, niet bevoegd is om diagnoses te stellen. Verweerder heeft zich daarom na kennisname van de medische adviezen, op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van de grondslag psychogeriatrie. De beroepsgrond slaagt niet.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding om een medisch deskundige aan te stellen. Eiser heeft voldoende gelegenheid gehad om medische stukken in te dienen en heeft hiervan ook gebruik gemaakt. Deze medische stukken leiden echter niet tot een ander oordeel over hetgeen in de medische adviezen over de grondslag psychogeriatrie is geoordeeld. Er is derhalve geen sprake van conflicterende medische informatie. Dat eiser, zoals in de brief van 15 december 2021 staat, niet bereid is om zelfstandig contact op te nemen met de klinisch geriater voor nader onderzoek, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank wijst eisers verzoek om een medische deskundige aan te stellen daarom af.
Noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid
6. Eiser voert aan dat sprake is van een noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid. Zijn psychische en lichamelijke klachten leiden tot gevaarlijke situaties. Als iemand zo vergeetachtig is dat hij het gas aan laat staan en de deur open laat staan, dan behoeft het geen nadere toelichting dat dit tot gevaarlijke situaties leidt en de noodzaak bestaat voor 24 uur zorg in de nabijheid. Het is niet zo dat eiser de zorg tijdig kan aanvragen. Uit de informatie van Exclusieve Zorg blijkt dat eiser juist soms dingen vergeet en direct handelen noodzakelijk is.
7. Om in aanmerking te komen voor zorg vanuit de Wlz moet sprake zijn van een grondslag. Vanwege de vastgestelde grondslag moet een belanghebbende kort gezegd een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. Dit volgt uit artikel 3.2.1 van de Wlz.
8. In het geval van eiser is de grondslag somatiek vastgesteld, zodat hij, om in aanmerking te kunnen komen voor Wlz-zorg, vanwege zijn somatische klachten blijvend 24 uur zorg in de nabijheid nodig zou moeten hebben. Hiervan is echter niet gebleken. In de verklaring van de cardioloog staat immers dat eiser vanwege zijn hartklachten niet altijd iemand in de buurt nodig heeft en de huisarts zegt hierover ook niets in zijn brief van 3 december 2021. De door eiser aangevoerde omstandigheden die betrekking hebben op psychogeriatrische klachten kunnen, omdat die grondslag niet is vastgesteld, evenmin tot toegang tot Wlz-zorg leiden. Verweerder heeft zich op basis van het medisch advies van 2 september 2021 op het standpunt gesteld dat eiser in staat wordt geacht om zelf zijn zorgbehoefte in te schatten en op relevante momenten hulp in te schakelen. Het wachten op een hulpverlener zal gezien zijn medische situatie niet leiden tot een reëel risico op ernstig nadeel, aldus de medisch adviseur. Bij dit medisch advies is de informatie van zijn begeleider van Exclusieve Zorg betrokken. Eiser heeft hierover in beroep geen nieuwe, andersluidende informatie overgelegd. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser blijvend 24 uur zorg in de nabijheid nodig heeft. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 19 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.