ECLI:NL:RBMNE:2022:5143
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen een 22-jarige verdachte die werd verdacht van het wederrechtelijk van de vrijheid beroven en afpersen van het slachtoffer op 16 en 17 januari 2022 in Breukelen, Vinkeveen en Utrecht. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 25 maanden, deels voorwaardelijk, en een contactverbod. De verdediging pleitte integrale vrijspraak, stellende dat het bewijs onvoldoende was en de verklaring van het slachtoffer niet voldoende onderbouwd.
Tijdens de inhoudelijke behandeling werd vastgesteld dat het bewijs voornamelijk bestond uit de verklaring van het slachtoffer en enkele camerabeelden. De rechtbank oordeelde dat deze enkele verklaring onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte wettig en overtuigend te bewijzen, mede omdat er geen aanvullend bewijs was dat verdachte op de plaats van het delict aanwezig was.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en onderbouwd bewijs bij strafrechtelijke vervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.