Partijen sloten in april 2019 een leaseovereenkomst voor een BMW, waarbij Rabobank een pandrecht op het voertuig had. Eiser verkocht de BMW zonder schriftelijke toestemming van Rabobank, wat in strijd was met de algemene voorwaarden. Rabobank nam eiser op in diverse registers en zegde de bankrelatie op vanwege deze onrechtmatige verkoop en het niet tijdig voldoen van de restschuld.
Eiser maakte bezwaar tegen de opname in de registers en vorderde in kort geding verwijdering daarvan en herstel van de bankrelatie. De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser voldoende spoedeisend belang had, omdat hij geen toegang had tot zijn bankrekeningen en daardoor zijn onderneming niet kon voeren.
Hoewel de verkoop zonder toestemming een strafbaar feit kan zijn, was opname in de registers en opzegging van de bankrelatie niet proportioneel gezien het feit dat eiser de restschuld uiteindelijk volledig betaalde en geen groot risico voor de financiële sector vormde. Daarom werden de vorderingen toegewezen, inclusief een gematigde dwangsom en vergoeding van proceskosten.